Archive

Uncategorized

Ter gelegenheid van het Museumcongres 2011 in Leiden schreef directeur van Museum Boerhaave, Dirk van Delft, het volgende stukje over het voorportaal van Museum Boerhaave.

Van Kruitschip tot KOG

Het KOG, het Kamerlingh Onnes Gebouw, is de locatie van de rechtenfaculteit. Maar eigenlijk is dit pand het voorportaal van Museum Boerhaave

Kamerlingh Onnes Gebouw

Kamerlingh Onnes Gebouw

Dat zit zo. Dit gebouw is per ongeluk tot stand gekomen. Op 12 januari 1807 om kwart over vier, op een gure maandag met nat sneeuw, vloog een kruitschip, dat volstrekt illegaal hier voor de deur in het Rapenburg lag afgemeerd, met een daverende knal de lucht in. Een hele stadswijk lag in puin. “Zei U iets, Te Water?”, schijnt de stokdove echtgenote van de hoogleraar godgeleerdheid, die verderop aan het Rapenburg woonde, te hebben opgemerkt.

In 1859 verrees op de Kleine Ruïne, zoals deze zijde van het litteken was gaan heten, een laboratorium dat plaats bood aan de Leidse chemie, natuurkunde en anatomie. De Grote Ruïne aan de overkant werd het Van der Werfpark.

Beeld Heike Kamerlingh Onnes

Beeld Heike Kamerlingh Onnes

Heike Kamerlingh Onnes, in 1882 aangesteld (door meten tot weten), heeft in dit gebouw het koudste plekje op aarde gemaakt. De ontplofbare toestellen die monsieur zéro absolu gebruikte, het Leids Fysisch Kabinet en andere topstukken die hij als onbruikbaar ouderwets naar de zolder bonjourde, vonden rond 1930 hun weg naar Museum Boerhaave.

Een explosie als start – dat kan nooit met een sisser aflopen!

Dirk van Delft

Advertisements

Voor zijn afstuderen kreeg Jeroen Koomen een replica van de Van Leeuwenhoek microscoop. Hij heeft er al enig onderzoek mee verricht, in de stijl van Van Leeuwenhoek, getuige zijn verslag:

“Vanavond heb ik net als Antoni van Leeuwenhoek bij kaarslicht zitten experimenteren met zijn microscoop. Ik heb een beetje vals gespeeld, want ik weet hoe je preparaten moet maken die maar een cellaag dik zijn (en dat is nodig om de cellen goed te kunnen zien) en heb geprobeerd om een foto te maken van wat ik kon zien. De foto is niet heel geweldig, want het is nogal lastig om de microscoop in focus te houden en met de andere hand een foto te maken. Het beeld wat ik zelf door de microscoop zag was veel mooier. (…) De foto heb ik bijgevoegd, het zijn cellen van een ui belicht met kaarslicht.”

Ui bekeken door replica Van Leeuwenhoek microscoop

Ui bekeken door replica Van Leeuwenhoek microscoop

Ui bekeken door replica Van Leeuwenhoek microscoop

Ui bekeken door replica Van Leeuwenhoek microscoop

Cellen

Cellen

Dank je wel Jeroen voor je verslag en de mooie foto’s!

Meer informatie over de replica leest u hier.

Vera

Vrijdagmiddag om 15:00 maakte Halbe Zijlstra zijn bezuiniginsgplannen voor de cultuur sector bekend. Deze plannen zorgen voor donkere onweerswolken boven Museum Boerhaave. De reden dat het museum in zwaar weer terecht komt is dat de staatssecretaris de regels tijdens het spel verandert. Aanvankelijk werd gesteld dat Museum Boerhaave, evenals de andere door het Rijk gesubsidieerde musea, tot en met 2012 de mogelijkheid zouden krijgen om gemiddeld 17,5% van hun budget eigen inkomsten te genereren. Nu wordt door Zijlstra echter het gemiddelde over 2010 en 2011 genomen. Dat is alsof er nog maar 1 helft gespeeld mag worden…

Ook op Twitter nam de verontwaardiging hierover al snel grote vormen aan. Ter illustratie even een aantal reacties onder elkaar:

En dit is slechts een deel van de reacties.

Dat er binnen korte tijd al zoveel tweeps zijn die ons een hart onder de riem steken doet ons goed. We laten niet zomaar onze deuren sluiten door een scheidsrechter die maar 1 helft laat spelen!

Bart

Toen ik afgelopen week boven de oceaan vloog op weg naar een conferentie over nieuwe media in musea werd mij aandacht getrokken door een beeldscherm voorin het vliegtuig. Op dat beeldscherm was de route te volgen die het vliegtuig afgelegd had en nog af moest leggen. Daarnaast werd informatie over snelheid, hoogte, temperatuur getoond en de tijd van aankomst. Als vanzelf begon ik me af te vragen hoe lang de vlucht nog zou duren. En dan is zo’n schermpje helemaal niet handig meer! Niet in de laatste plaats omdat ik de aankomsttijd niet op het scherm zag.

IJsplaten in de atlantische oceaan boven?

Het lukte me uiteindelijk niet om de reistijd die het toestel nog voor de boeg had te berekenen. Een complicerende factor is bovendien het feit dat je door verschillende tijdszones vliegt waardoor je per zone je ieder keer een uur verliest of wint. Het is maar hoe je het wilt zien. Terwijl ik ophield met rekenen moest ik denken aan het zee-uurwerk van Huygens. Met zo’n nauwkeurige klok aan boord, die de tijd in de thuishaven aangeeft, kun je met behulp van de tijdsbepaling op de plek van waar je bent je reistijd berekenen. Erg handig als je bijvoorbeeld wilt weten of je al in de buurt van dat gevaarlijke rif bent dat op zoveel zeemijl van je vandaan is. Want dat is waar het eigenlijk om gaat. Nauwkeurige klokken zorgden uiteindelijk voor de oplossing van het lengtegraad probleem.

Uiteindelijk bleek dat als ik wat langer gekeken had, op een volgend scherm de reistijd vermeld werd. Nog slechts 8 uur te gaan.. Maar daar waren inmiddels al wel weer een tiental minuten van verstreken.

Bart

Soms vind je als registator in de collectie mooie juweeltjes. In dit geval een stukje medische geschiedenis uit ons koloniale verleden: 14 naar mijn idee prachtige foto’s gemaakt door Charls & van Es & Co. van de Landskoepokinrichting te Batavia.

Het wassen van een kalf

De foto’s laten allerlei zaken zien rond het maken van koepokvaccins; noodzakelijk in de wereldwijde strijd tegen het uitroeien van het pokkenvirus. Ik vind het indrukwekkende beelden. Van ondermeer kalveren vastgebonden op verrijdbare tafels voor ‘Het afwasschen van de geschoren buik van een kalf voor het dier geënt wordt’ zoals de tekst achterop één van de foto’s leert, of ‘het inenten van een kalf door dr. Nijland’. Of ‘Das sammeln des Impfstoffes von den reifen Skarifikationen am Bauch eines Kalbes’. Foto’s van de ‘Stal met ingeente kalven. De beesten hebben een buikverband om en staan zoo opgebonden, dat zij niet kunnen gaan liggen, daar zij dan in de beugels komen te hangen. Op deze wijze wordt het bevuilen der geënte buikvlakte voorkomen’. Foto’s die vertellen over het prepareren van de koepokvaccins in het laboratorium. Of de intentingscursus voor aanstaande vaccinateurs met Dr. Borger als onderwijzer. Foto’s die informatie geven over ’Een sterilisatietoestel, zooals dat hier voor de vaccinedienst wordt gebruikt’. Of over het verpakken van de vaccins in de stam van een bananenboom, om het geheel koel genoeg te houden, voor verzending door de Maleise archipel. Tenslotte een foto van op inenting wachtende Javanen. Beelden van slechts een heel klein, maar o zo belangrijk, stukje vaderlandse geschiedenis.

Een korte zoektocht op Internet leert me het volgende: Reeds in 1850 was op Java door de toenmalige inspecteur der vaccinatie, de militaire arts E.A.Wasklewicz, een doeltreffend stelsel ingevoerd waarbij het eiland werd verdeeld in enige honderden vaccinatiedistricten. Op bepaalde tijdstippen moesten moeders van zuigelingen van ongeveer drie maanden zich met hun kinderen op bepaalde plaatsen verzamelen, waar de kinderen werden gevaccineerd.

Dr Borger geeft les

Een week later werden dezelfde kinderen opnieuw bijeengebracht, maar nu op een andere plaats in het district, om de vaccinateurs in de gelegenheid te stellen aan de inmiddels opgekomen pokpuisten lymfe te ontnemen om daarmee kinderen in de nieuwe streek te vaccineren. Die dienden op hun beurt een week later op een verderop gelegen plaats als leverancier van humane lymfe voor andere kinderen, enz. Het vaccineren werd heel wat eenvoudiger toen de koepokinrichting er geleidelijk aan in slaagde om voldoende animale lymfe te bereiden voor het vaccineren en revaccineren van de gehele bevolking in Indië. Pokken is hierdoor in de jaren dertig een zeer zeldzame ziekte geworden.

Twee laboratoria die voor de volksgezondheid in Indonesië van grote betekenis zijn geweest, zijn de Landskoepokinrichting, in 1891 opgericht, en het Instituut Pasteur dat daaraan in 1895 is toegevoegd.  Het Koninklijk Instituut voor taal- land- en Volkenkunde (KITLV) heeft een foto uit dezelfde serie. Gedateerd ca. 1910. Inenting van een Javaans kind door hoofdmandoer Talib. Ned.-Indie in foto’s 1860-1940. De foto is onmiskenbaar gemaakt in hetzelfde instituut.

De inrichting, de gebouwen, de stallen, alles ziet er zo brandschoon en nieuw uit. En ook de foto’s zelf (bijzondere daglichtdrukken, groot formaat, mooi opgezet op karton) wijzen erop dat ze in opdracht gemaakt zijn om de opening van de Landskoepokinrichting vast te leggen. Een markant moment in onze medische en koloniale geschiedenis.

Dr. Nijland aan het werk

De foto’s komen waarschijnlijk uit een grotere serie. Sommige foto’s zijn achterop met potlood genummerd, anderen niet, het hoogste nummer is 16, en vele nummers ontbreken. Een paar hebben Duitse onderschriften. Sommige hebben uitgebreide verhalen handgeschreven op de achterkant. Een aantal foto’s zelf zijn in slechte conditie. Het draagkarton waarop de daglichtdrukken geplakt zijn verbrokkelt onder je handen. De emulsielaag is verschrikkelijk vuil en soms ernstig aangetast. Deskundige handen zouden hier wonderen kunnen verrichten.

Mara

In Museum Boerhaave zijn honderden objecten uit de wetenschapsgeschiedenis te bewonderen. Toch is dit maar een fractie van de totale museumcollectie – de overige 95% ligt op depot, wachtend op een bruikleen, tentoonstelling of onderzoek. Af en toe levert het rondneuzen in het depot een verrassing op. Onlangs stuitte ik per toeval op een `geneesmiddelkoker’ die dat bij nader inzien toch niet bleek te zijn.


Het kokertje is gemaakt van ivoor en is zo’n 16 cm lang. Als je het kokertje in het midden openschroeft, zie je dat het is uitgehold. Maar ook aan de uiteinden kan het open. Daar komt dan iets tevoorschijn dat best bijzonder is.

Door de sporen van de tijd is dit nauwelijks herkenbaar, maar het kokertje heeft een holle en een bolle lens aan de uiteinden, en is dus een telescoop. `Kijkertje’ is misschien een betere benaming, want het instrumentje is nooit gemaakt voor écht sterrenkundig onderzoek. De vergroting bedraagt ongeveer drie keer.

De holle lens maakt dat het kijkertje van het `Hollands’ type is: dit was de vroegste vorm van de telescoop, zoals die omstreeks 1608 in Nederland het daglicht zag. Dit type telescoop levert een rechtopstaand beeld. Bij hogere vergrotingen wordt het beeldveld echter zo klein dat de kijker onbruikbaar wordt. Omstreeks 1640 stapten sterrenkundigen daarom over op een ander type telescoop (met twee bolle lenzen). Ook bij hoge vergrotingen blijft er voldoende te zien aan de hemel. Het beeld stond wel op zijn kop, maar voor de sterrenkunde was dat geen bezwaar.

En dat is precies het punt. Vanaf het begin werd de telescoop namelijk niet alleen voor de sterrenkunde gebruikt, maar ook voor militaire doeleinden (of meer vredelievende activiteiten op aarde). Daar was een omgekeerd beeld totaal onbruikbaar. Zo’n twee eeuwen lang werden daarom nog steeds kijkertjes gemaakt volgens de `oude’ constructie, met bescheiden vergrotingen maar wél met rechtopstaand beeld. Het ivoren kijkertje dat in het depot is opgedoken, is daar een voorbeeld van.

Van dit soort kijkertjes van ivoor – vaak zijn ze ook van been gemaakt – zijn er wel meerdere bewaard gebleven. Ze worden af en toe bij archeologische opgravingen gevonden, echter vaak met ontbrekende lenzen. Hoe ons exemplaar in de collectie is terechtgekomen is onbekend. Mogelijk heeft het ook enige tijd onder de grond doorgebracht – maar de lenzen zijn wel heel gebleven!

En die laten iets merkwaardigs zien. Bij héél vroege telescopen werden de lenzen uit hergebruikt spiegelglas geslepen. Dat was mooi vlak en toch nog van enige kwaliteit. Het gedeelte dat bolvormig werd geslepen hield men bewust klein om fouten te beperken. Ons ivoren kijkertje heeft precies die kenmerken.

Een eerste verkenning leert echter wel dat het gebruik van dit soort lensjes bij handkijkertjes nog wat langer doorging dan bij hun `serieuze’ broertjes, waar ze al omstreeks 1650 uit de gratie geraakten. Maar héél veel later zal dit kijkertje toch niet zijn gemaakt.

Interessant in dit opzicht is de afbeelding `De Brillemaaker’, opgetekend in het uit 1694 daterende boek Het Menselyk Bedryf van de Amsterdamse illustratoren Jan en Casper Luyken. Deze prent geeft weer hoe wijdverspreid de korte kijkertjes wel waren in de zeventiende eeuw. Zou ons ivoren kijkertje één van de aan het touwtje opgehangen instrumentjes kunnen zijn? Wie weet…

Voorlopig krijgt het kijkertje een datering van omstreeks 1700 mee. Maar dit moet wel ruim worden gezien. De vervaardiging kan gerust een kwarteeuw later hebben plaatsgevonden – maar vroeger kan ook. Dat moet nader onderzoek uitwijzen.

Tiemen

2010 was een geweldig jaar voor Museum Boerhaave. We hebben leuke, interactieve tentoonstellingen gemaakt en veel bezoekers mogen verwelkomen!

We eindigen dit jaar (net als alle andere jaren overigens) met het vieren van de geboortedag van Herman Boerhaave. Vandaag, 342 jaar geleden werd hij in Voorhout geboren. Herman Boerhaave (1668 – 1738) was een arts, anatoom, scheikundige, botanicus en onderzoeker. Het huidige Museum Boerhaave is de locatie waar Herman Boerhaave rond 1720 zijn befaamde lessen aan het ziekbed gaf. Studenten geneeskunde kwamen van over de hele wereld naar Leiden voor deze bijzondere lessen.

En wat zijn onze plannen voor komend jaar? De tentoonstelling Say Cheese! De kracht van de mond is nog t/m 3 april (museumweekend) te bezoeken. Vanaf eind april presenteren we “Circus Boerhaave”, een tentoonstelling over wetenschap en amusement. Hierbij alvast een voorproefje:

Museum Boerhaave wenst iedereen een inspirerend en cultureel 2011!

%d bloggers like this: